PKN
Protestantse gemeente te Ouwsterhaule - Scharsterbrug
 
overdenkingen overdenkingen

Openluchtdienst 16 juli 2016 "Blik op de weg" mmv ensemble Excelsior, voorganger ds. Arnold Vriend

Goede morgen! We zijn hier in groen en fris land met uitzicht op de weg. Ik vind het heel bijzonder. Links en rechts voorbijrazend verkeer. Het hele landschap omgegooid. En wij zitten erbij en kijken ernaar. En we herkennen wel wat in het voorbijrazen. De drukte in ons hoofd en in ons hart. Door bezigheden. Of misschien zijn we druk in ons hoofd en hart door de pijnlijke stilte. Misschien willen we niet stilstaan. Drukken we de stilte weg. Of proberen we onze drukte te verzwijgen.
Zullen we midden in ons leven even stilstaan aan de kant van onze levensweg en een moment stil worden, zoals we zijn.
 
We spreken uit dat we hulp zoeken op onze levensweg bij God die alles wat er is geschapen heeft, een begin een zin en een doel gegeven heeft, God is trouw tot voorbij de horizon van ons levenspad en Hij laat niet onafgemaakt achter waar Hij aan begonnen is.
 
Namens deze God mogen we elkaar groeten met genade; dat wil zeggen dat we ondanks al onze pech langs de weg, al onze verkeerde afslagen, al onze ongelukken en ons doorrijden na schuld, toch vervuld en hersteld worden tot wie wij in Gods ogen zijn: Zijn koningskinderen!
En vrede; dat wil zeggen dat we de innerlijke ruimte vinden om die genade te accepteren en daaruit te leven en onze weg met Jezus verder te gaan.
 
Zingen ELB 218 vs. 1 en 3 Samen in de naam van Jezus
 
Samen is er enorm veel mogelijk. Ik ben onder de indruk van wat hier allemaal gebeurt. En we kunnen dat samen voor elkaar brengen. Ik vond dat samenspel van die kranen ook zo mooi. We kunnen wel wat; prachtig en indrukwekkend. Dit kun je krijgen als je samenwerkt.
Wegwerkzaamheden bij Wommels worden uitgesteld omdat hier enige hinder is, zodat hulpdiensten niet vertraagd worden. Met dat soort zaken wordt ook rekening gehouden. En we mopperen vast ook nog wel eens. Maar sta er eens bij stil wat we kunnen bereiken als je samenwerkt. Dat is inderdaad een kunstwerk. Afstanden kunnen overbrugd worden. Menselijk verkeer over en weer wordt mogelijk gemaakt.
Ik geloof dat we samen ook afstanden kunnen overbruggen tussen mensen. Misschien kost dat wat. Misschien ontdekken we dat pas als we iets ernstigs meemaken.  (vgl. Abdelhak Nouri die 010 en 020 , eindhoven en ook cambuur verbindt, of Tijn, de nagellak-held). Misschien moeten we dat plannen terwijl we eigenlijk vinden dat het vanzelf moet gaan.
Het goede gaat niet vanzelf; alles wat de moeite waard is, heet niet voor niets ‘de moeite waard’; het kost ook moeite.
Daarom zijn we hier bij elkaar in de naam van Jezus. Hij is ons steunpunt. Hij is het die de afstand overbrugt doordat Hij ons omarmt en de ander.. Jezus is de enige die die last blijvend kan dragen. Hij is de Middelaar ook tussen mensen onderling om de weg vrij te maken naar elkaar. En als je goed bij jezelf nagaat, je levensweg even in de achteruitkijkspiegel bekijkt, en je ziet wat je dacht achter je te hebben gelaten en misschien zit je geweten je wel op de hielen met zwaailichten, als je goed bij jezelf nagaat dan weet je welke  sleutelwoorden er horen bij het herstel en het bevestigen van verbinding; Vergeving. Genade, onverdiend. En verzoening. Dat is wat God ons aanbiedt. 
 
Zullen we daar dan ook om vragen? Zullen we bidden?
 
Gebed om vergeving, Woorden van vrijspraak en richting
 
Efeze 4
32Wees goed voor elkaar en vol medeleven; ​vergeef​ elkaar zoals God u in ​Christus​ ​vergeven​ heeft.
(achteruitkijk spiegeltje hoeft niet weg, in tegendeel; je kunt in het licht van Gods vergeving terugkijken)
Efeze 5
1Volg dus het voorbeeld van God, als ​kinderen​ die hij liefheeft, 2en ga de weg van de ​liefde, zoals ​Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.
 
Zingen: gezang 446 vs. 1, 3 en 5
 
En Hij is het die ons ook met God verbindt. Door Jezus vinden we de genade en vrede van God. Zullen we met elkaar zingend bidden om dat te leren kennen en daaruit te leven?
 
Zingen: gezang 75 vs. 13, 14 en 15
 
Overdenking.
Zou je niet willen dat je een punt had waarop je je levens weg zou kunnen bekijken? Dat je er uitzicht op had hoe je leven zou zijn? Dat je een blik kon werpen op je levensweg? Wahaarheen leiheidt de weg…. What will life be? Que sera, sera?
Ik wed dat er hier een paar zitten te denken over hun weg straks in de vakantie. Waar gaan we heen? Hoe zal dat zijn? Wie gaat er binnen nu en een week of twee de weg op op weg naar vakantie? Waar ga je heen? Heb je er zin in? Goed zo! Blik op de toekomst gericht en je hebt er zin in. Op weg de toekomst in!
En weet je? Jezus is de weg! Hij draagt je leven. Hij is de grond onder je voeten, de luchtsprongen van je voeten en de kracht in je voeten. Hij draagt je leven; Hij is de weg als je zin hebt in de toekomst als er nieuwe plannen aan zitten te komen, als je je voorbereidt op de musical van de basisschool, als je je tas aan de vlaggenmast hebt gehangen, als je verliefd bent, nieuw leven verwacht, nieuwe kansen ziet voor je bedrijf, kortom: als je zin hebt in de toekomst; Jezus is de weg. Hij draagt je.
En ook als je vaak achterom kijkt. Naar je afkomst. Waar je vandaan komt. Waar je mee verbonden bent, hoe dan ook. Als dat je leven lijkt te bepalen. Het verleden ligt vast en dat verleden kan je ook vastleggen, zodat het lijkt alsof je weg al uitgestippeld is door je afkomst. Jezus is de weg. Hij draagt je leven. Hoe het ook gelopen is. Wat je afkomst ook is. Welke tekorten je hebt opgelopen. Welke afslagen je ook hebt gemist, kortom: als je bepaald wordt door je afkomst; Jezus is de weg. Hij draagt je.
En ook als je hier zit en helemaal in het heden bent, helemaal in het moment zit. Het leven accepteert zoals het komt en het leven prima vindt zoals het gaat; Jezus is de weg! Hij draagt je. Hij draagt je leven, nu op dit moment. Op deze bijzondere plek van rust en razen. Van gassen en grazen. In elk moment. In het nu. Domweg gelukkig langs het Minne Wietsmapaad en langs de A6 met de blik op de weg. Je hoeft niks, kortom: als je het goed vindt in het nu; Jezus is de weg. Hij draagt je leven.
 
Toekomst, afkomst, nu; Verlangen, zorgen, tevreden; Je leven wordt gedragen door Jezus.
En we hebben dat nodig, ook al hebben we dat niet in de gaten. Dat we mogen vertrouwen dat we in onze kern geborgen zijn bij God. Ongeacht wie we zijn, ongeacht wat we doen. Ongeacht ons verleden of ons heden; we hebben altijd een toekomst bij God. Dank zij Jezus. Hij is de weg die ons leven draagt.
 
Jezus is de weg. Hij draagt mijn leven, maar hoe dan?
Jezus is de weg waarop we gaan, maar Hij is geen beton. Jezus is de rots waarop we staan, maar Hij is geen asfalt. De waarheid is, dat Jezus de weg gegaan is om de waarheid aan het licht te brengen. Dat je leven gedragen wordt door Jezus, omdat Hij van ons houdt. Dat je leven gedragen wordt, ongeacht wie je bent of wat je doet, dat komt omdat Jezus over Zich heeft laten lopen. Ons leven wordt niet gedragen door een onverschillige roze wolk waarop we door het leven vliegen, en die we bij gebrek aan beter woord maar ‘liefde’ noemen.
Nee, ons leven wordt gedragen net als deze fly-overs; kruisvormig. Ons leven wordt gedragen door levende liefde die gegrond is in de persoon Jezus. Die zijn liefde bewezen heeft, door voor ons te sterven, die ons in liefde blijft dragen tot voorbij de grens van ons leven.
 
Je leven wordt gedragen, Jezus is de weg. Maar waar naar toe dan? Deze weg van beton en asfalt draagt Hells Angels en motoragenten. Deze weg draagt mensen die wegvluchten en mensen die te hulp schieten. Zondagsrijders en snelheidsmaniakken.
En weet je: dat doet Jezus ook! Dat hebben we net gehoord. Het verschil met beton en asfalt is dat Jezus ook de waarheid is. Het maakt een weg van beton en asfalt niet uit hoe jij in je auto zit.  Jezus maakt dat wel uit. Hij laat je leven in waarheid. Hij bevrijdt je van afleiding. Hij houdt jouw blik op de weg.
Ben je benieuwd naar de waarheid over jouw leven? Dan moet je bij Jezus zijn. Daar zoeken we met elkaar naar, wat Zijn waarheid over ons leven is.
Bijbellezen, bidden, in aandacht luisteren naar God
Dat betekent dat als je volgens die waarheid wilt leven, ook op Jezus gaat lijken. Dat je je verbindt met mensen die het moeilijk hebben. Dat je je inzet voor de bevrijding van mensen uit de greep van verkeerde machten. De eerste mensen die Jezus volgden werden daarom ook mensen van de weg genoemd. Ze wilden Jezus navolgen. In alle gewone dingen van het leven vragen: wat wil Jezus dat ik doen zal?
Op Jezus lijken betekent dat je liefhebt en lacht, feest  en eet. Dat je liefhebt en jankt, rouw draagt en vast. Dat je gericht bent op God, omdat Jezus op God gericht was, omdat dat de bron van liefde is.
Het betekent dat als je in die waarheid gelooft, dat Jezus de waarheid is, dan is Hij jouw relatie. Dan ben je met Hem verbonden. Hij brengt je tot je doel: je levensweg zo gaan, dat je Zijn bewezen liefde voor jou aanvaardt en aan Hem beantwoordt. Zijn liefde voor jou weergeven in wederliefde. In bewezen liefde voor anderen, in je liefde voor Hem.
 
Jezus is de weg, de waarheid en het leven. Ga die weg en je zult in waarheid voluit leven. Jezus is de weg. Hou je blik op die weg. Ga die weg en leef, voluit, tot in de eeuwigheid. 
Amen.

Handelingen 1 vs. 1-14, 25 mei 2017, Scharsterbrug, ds. Arnold Vriend, Hemelvaartsdag

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
 
Vorig jaar viel hemelvaart op bevrijdingsdag en hebben we een bevrijdingswandeling gemaakt, het jaar daarvoor een openluchtdienst bij de klokkenstoel in Ouwsternijega, daarvoor heaven bij de haven in de schuur bij de fam. Tijs. En nu is het bijna bijzonder dat er op hemelvaart een gewone kerkdienst is. We hebben in onze gedachten misschien wel een ranglijst van christelijke feestdagen. Welke je belangrijk vindt en welke minder belangrijk. Welke je uitgebreid viert en welke niet of nauwelijks. We hebben in de kerkenraad ook wel eens met elkaar besproken welke christelijke feestdag voor jou het meeste betekende. De commercie heeft het één en ander met kerst gedaan en met pasen. Maar hemelvaart… dat lijkt ons haast te ontgaan.
 
Kerstfeest: een nieuwe geboorte; een nieuw begin. Pasen: een ongelofelijke opstanding; een nieuw begin. Hemelvaart: een afscheid en dan op naar Pinksteren: weer iets nieuws; nieuwe inspiratie.
Hemelvaart lijkt wel een noodzakelijke maar niet zo interessante overgang tussen indrukwekkende gebeurtenissen. En misschien is dat wel precies de bedoeling. Dat hemelvaart wijst op het belang van wat er voor gebeurd is en wat erna zal gebeuren.
 
Maar er is meer dan dat.
Want het is een scharnierpunt in de heilsgeschiedenis. Een keerpunt in de redding van deze wereld. De hele mensengeschiedenis is God bezig om het contact met God en mensen te herstellen; dat is de heilsgeschiedenis. De heelmakende kracht van God die in onze geschiedenis werkt. De heilige God zoekt ons op om ons met Hem te verbinden.
Die heelmakende kracht in de wereld, de kracht van God die ons heil, onze heelheid zoekt, die heeft geleid tot de komst van Jezus, onze heiland, de heelmaker.
De leerlingen hebben Hem herkend. Ze hebben van Hem geleerd. Zijn onderwijs en Zijn voorbeeld. En ze hebben gezien hoe Hij stierf.
Veel mensen is het zo vergaan. Goede voorbeelden voor de mensen om hen heen. En dat is wat ze nalaten: een voorbeeld, een herinnering, onderwijs misschien, een ideaal. En zo zou het Jezus ook zijn vergaan als het bij die ene vrijdag was gebleven waarop Hij werd geëxecuteerd. Dan waren we als wezen achtergelaten. Dan waren we alleen gelaten met een goed voorbeeld en een leer. Dat zou ons niet met God verbinden. Dat is niet wat God vanaf het begin al beloofd heeft. Een goed voorbeeld en een goede levensbeschouwing is niet wat Gods heelmakende kracht in deze wereld op het oog heeft. Hoe zou een boek ons met iemand verbinden? Hoe kan een voorbeeld uit het verleden een vervanging zijn voor levend contact?
 
Daarom is Pasen ook zo bijzonder. Daar wijst Hemelvaart ook op; dat Pasen een bijzonder gebeuren is. De opstanding van Jezus herstelt het contact. Jezus is veertig dagen zijn leerlingen aan het uitleggen wat Pasen betekent voor het koninkrijk van God. In het levende contact met hun levende Heer horen de leerlingen weer Zijn onderwijs. Ze horen wat het koninkrijk van God inhoudt. Ze hebben gezien dat het zelfs sterker is dan de dood.
En dan vragen ze: dat koninkrijk: komt het nu dan eindelijk?!
Een begrijpelijke vraag. Wie zou dat niet willen: een rechtvaardige, wijze koning, door God gezonden, een zoon van God, die het land als een nieuwe David regeert en tot welvaart en welzijn brengt? Naar lichaam en ziel het goede brengt? Komt dat nu eindelijk?
 
Maar dan komt Hemelvaart. Dat lijkt een streep door de rekening van de leerlingen. En ook een beetje van ons.
 
Hemelvaart wijst naar Pasen: het is het herstel van het koningschap in deze wereld. Goede Vrijdag en Pasen hebben ons de messias, onze koning aangewezen. Maar dat onze koning naar de hemel gaat is een teken dat dat koningschap veel meer inhoudt dan enig koninkrijk in deze wereld. Hemelvaart wijst er op dat hemel en aarde verbonden worden. Dat wij hier op aarde een koning in de hemel hebben. Daar wijst Hemelvaart ons op. Het is niet alleen het herstel van Israël, het gaat over de hele wereld, de hele schepping. De hele aarde wordt met de hemel verbonden. Jezus gaat naar de hemel als een koning die zijn troon bestijgt, die de macht aanvaardt. Zo wijst Hemelvaart terug naar Pasen. De opgestane Heer is door Zijn hemelvaart voor iedereen bereikbaar. Dankzij de hemelvaart is koning Jezus bij ons in ons leven van alle dag. Zijn koningschap verbindt hemel en aarde. Hij regeert! Niet alleen in Jeruzalem, ook in Manchester. Ook daar is Zijn heelmakende kracht aan het werk.
 
En Hemelvaart wijst ook vooruit naar Pinksteren. Dat wij als mensen in deze wereld met God verbonden worden; door Zijn Geest geïnspireerd. Als Pasen gaat over het koningschap, dan gaat het met Pinksteren over het priesterschap. Jezus’ hemelvaart wijst vooruit naar het herstel van de verbinding van God en mens. Jezus gaat als priester het hemelse heilige der heiligen binnen. Hij is Zelf het offer dat verzoening brengt en verbinding tussen God en mens herstelt. Hemelvaart wijst vooruit naar Pinksteren. Het gaat ook om het priesterschap van God in jouw leven. Dat jouw relatie met God dankzij Hem hersteld is. En dat je zelf een tempel van de Heilige Geest mag worden. Door Jezus’ Hemelvaart kunnen wij zelf met de Heilige God verbonden zijn en leven!
 
Jezus zegt: blijf in Jeruzalem. Het centrum van het koningschap, het centrum van het priesterschap. Het koningschap en het priesterschap worden door Jezus vervuld. En Hemelvaart wijst ons er op. Hemel en aarde verbonden. Mens en God verbonden.
 
Laat Hemelvaart voor ons een oproep zijn om te bidden. Om tekenen van het koninkrijk van God in deze wereld te mogen doen. Om tekenen van het priesterschap van Jezus door de heiliging van ons leven.
Dat gebed zal verhoord worden; wij zullen kracht ontvangen om te getuigen van Pasen en Pinksteren, getuigen van Gods liefde en onze liefde voor deze wereld. Totdat Hij komt.
 
Amen.



Johannes 16 vs. 16-24, 21 mei 2017, Ouwsterhaule, ds. Arnold Vriend, 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
 
Het is geen sinecure om een hermeneutisch verantwoorde exegese te geven van deze perikoop die ook recht doet aan de soteriologische implicaties; ziedaar de homiletische uitdaging!
 
Met ongeveer deze woorden begon een collega van mij ooit een jeugddienst. En de bedoeling was dat iedereen zou denken: wat bedoelt ‘ie toch? Het verhaal was dan een beetje dat de jongeren waarmee hij die dienst had voorbereid vonden dat er zoveel moeilijke woorden werden gebruikt in een kerkdienst. Maar zelfs al gebruik je geen moeilijke woorden, toch is de boodschap vaak moeilijk te bergrijpen.
In het stukje dat we gelezen hebben gebruikt Jezus geen moeilijke woorden. En toch vragen de leerlingen zich af: wat bedoelt Hij toch? Ze begrijpen Jezus niet. Hij ziet iets aankomen, wat de leerlingen niet zien. En ze zijn met hun gedachten heel ergens anders. Jezus is met een toespraak bezig die drie hoofdstukken beslaat. Hij ziet Goede Vrijdag en Pasen naderen en bereidt Zijn leerlingen er op voor. Zoals je iemand voorbereidt op iets nieuws. Hoe zal het zijn? Hoe zal het zijn om die operatie te ondergaan? Hoe zal het zijn om vader te worden? Hoe zal het zijn om aan die nieuwe opleiding te beginnen? Situaties waar je je nog niets bij voor kunt stellen. Maar ook heel basic: hoe zal het morgen zijn? En het makkelijkst is het om te zeggen: “Je verandert er toch niks aan. Je kunt je wel gedachten maken, maar het loopt toch zoals het loopt.” Jezus staat daar anders in. Hij vertelt van tevoren iets. Hij wil Zijn leerlingen, Hij wil ons van tevoren iets vertellen. Maar wat bedoelt Hij toch? De leerlingen begrijpen Jezus niet. Niet vanwege moeilijke woorden, maar omdat Hij de werkelijkheid anders ziet. Hij kijkt door de Geest van God.
 
Jezus zegt: ik verzeker jullie.
Hij maakt duidelijk dat dit belangrijk is. Dit is wat er zal gebeuren; jullie zullen huilen, de wereld zal blij zijn, maar jullie verdriet zal in vreugde veranderen.
Dat klinkt, als je er zo los naar kijkt, als een vrij schrale troost. Zoiets als: ‘Na regen komt zonneschijn’. Maar Jezus gebruikt een ander beeld om te verhelderen wat Hij bedoelt; de geboorte van een kind. Het verdriet dat de leerlingen hebben, is onderdeel van hetzelfde proces als de vreugde die ze zullen hebben. Het zelfde gebeuren dat het verdriet veroorzaakt, vanwege het sterven van Jezus, veroorzaakt de vreugde vanwege Zijn opstanding. Dat is waarom Goede Vrijdag ‘goed’ is gaan heten; omdat het van een reden voor verdriet, geworden is tot een reden voor blijdschap. Twee emoties op de éne weg die door de diepte uitkomt op nieuw leven.
Zo, op die éne weg, is de Geest van God in deze wereld aan het werk. Zo is de Geest in ons leven aan het werk. En wij worden uitgedaagd om die weg mee te bewandelen. Niet te zeggen: ‘je verandert er toch niks aan’, maar mee te gaan om in deze wereld verdriet te veranderen in blijdschap.
Een engelse acteur, Stephen Fry, is een duidelijke atheïst en een dag of 10 geleden is in Ierland onderzocht of hij misschien vervolgd kon worden vanwege godslastering. Tijdens een tv interview werd hem gevraagd wat hij aan God zou vragen als die dan toch zou blijken te bestaan. En hij was toen losgegaan op het lijden in de wereld en dat dat toch een schandaal was en wat God daar verantwoordelijk voor zou zijn als God echt zou bestaan.
Een heel oude vraag. Een terechte vraag. Maar de reactie van God is ook al heel oud. Die reactie is denk ik het duidelijkst gegeven zo’n 2000 jaar geleden in Jezus Christus. God houdt Zich inderdaad verantwoordelijk voor het lijden in deze wereld. Ieder ander (mens of afgod, ideologie of sekte) lijkt zich er van af te willen maken, maar onze God niet. Hij neemt die verantwoordelijkheid op Zich. Hij neemt het kruis op Zich. En Hij gaat daar een weg in. Hij gaat die weg de diepte in, om zo ons verdriet mee te dragen en uit de diepte te kunnen brengen tot een nieuw leven met nieuwe vreugde. Dat is vanaf het begin de weg van God geweest. God zegt niet: ‘je verandert er toch niks aan’. Hij gaat Zijn weg in deze wereld en Hij daagt ons uit die weg mee te gaan.
 
Jezus belooft dat als Hij die weg gegaan is, dat wij Hem zullen zien. En dat we Hem dan niets meer te vragen hebben. En dat niemand onze vreugde van ons afneemt.
We zullen het zien. Als Jezus die weg begaan heeft, dan betekent dat, dat we niet afhankelijk zijn van het lot, maar van God! Dat we niet meer hoeven te zeggen: ‘het loopt toch zoals het loopt’, maar dat we het in de hand van de levende God mogen leggen. Hij gaat onze weg mee. En die weg loopt uit op vreugde die niet kan worden weggestolen.
We hoeven niet te vragen aan Jezus. Dat is niet omdat we alles begrijpen, maar omdat Jezus onze vraag al aan het beantwoorden is, voordat wij onze vraag hebben gesteld. Hij is zo vertrouwd met ons, dat Hij ons zonder vragen al begrijpt. En wij merken dat begrijpen niet het belangrijkste is, maar het vertrouwen op God. We mogen gerust zeggen: ‘je krijgt toch geen antwoord op de vraag: Waarom?’; omdat we geloven dat zo’n antwoord niet iets is van ‘begrijpen’ hoe het zit. Je krijgt geen antwoord om te begrijpen; Jezus is bezig ons te leren hoe we met ons leven kunnen antwoorden op onze vraag. Antwoord geven door in vertrouwen mee te gaan met de weg die Hij gaat.
Jezus is door Zijn Geest bezig ons naar de wereld te laten kijken. Door Zijn Geest zal Jezus ons in de volle waarheid zetten, met onze vragen en ons vertrouwen.
 
En Jezus zegt: ik verzeker jullie. Nog een keer die woorden die duidelijk maken dat dit belangrijk is.
                Dat wat je in de naam van Jezus vraagt aan God, je zult ontvangen.
Door die weg van Jezus komt de Geest in ons leven. Door die Geest gaan de schatkamers van de hemel open. We mogen vragen om in Jezus’ naam te ontvangen wat we nodig hebben om in de naam van Jezus te leven. We worden uitgenodigd om te stoppen met te zeggen: “je verandert er niks aan”. We worden uitgenodigd om te stoppen met te zeggen: “Het gaat toch zoals het gaat.” We worden uitgenodigd om in Jezus naam te vragen om alles wat we nodig hebben om de weg van Jezus te gaan. Om verdriet in vreugde te veranderen. Om door de diepte heen een nieuw leven te beginnen. Om tegen de aantrekkingskracht van andere stemmen in te vertrouwen op Jezus, ook al begrijpen we Hem niet. De Geest zal ons geven wat we vragen om die weg te kunnen gaan.
Dat is wat onze vreugde volmaakt laat zijn; onder een open hemel de weg van Jezus te gaan, samen met Hem. Dat is de vreugde die niemand kan afnemen.
 
Amen.


Lucas 2, 25 december 2016, Ouwsterhaule, ds. Arnold Vriend, kerstfeest ism. de zondagsschool

Overdenking:
Als je een actiefilm kijkt en de held of heldin gaat de wereld redden, dan gaat dat meestal met geweld, ontploffingen, verwoesting. Dat is blijkbaar de manier waarop wij ons voorstellen dat ‘redding’ gaat. Kracht en geweld! Dat bevrijdt. Dat geeft vrede. Dat redt ons. Zo stellen we ons dat voor in allerlei films en verhalen. Met een paar uitzonderingen. Maar meestal is het vechten geblazen.
 
We zien ook in het nieuws; mensen die proberen een stad of een land te redden. Of die proberen iets of iemand te bevrijden. Niet elke tegenstander gaat weg als je het vriendelijk vraagt. Dat zien we om ons heen gebeuren. En het is te makkelijk om het geweld allemaal maar af te keuren. Per slot van rekening zijn wij hier in Nederland ook door geweld van wapens bevrijd. De nazi’s gingen niet weg door het ze vriendelijk te vragen. Maar het is ook te makkelijk om geweld  als een oplossing te zien.
Ruzies los je niet op met vechten. Dat leer je thuis en op school en op je sportvereniging, denk ik.
Maar hoe dan wel?
 
Daar zien we iets van in het kerstverhaal.
Het kerstverhaal gaat over bevrijding. Jezus wordt de redder genoemd. En het gaat over vrede op aarde.
 
En dan komt er een leger van hemelse engelen! Ontzagwekkend! Enorm! De herders die dat leger van engelen zien worden zo bang als muisjes! En dan denk je, in de sfeer van actiefilms, die gaan de boel even recht zetten! Een leger van hemelse drones die met vuur en geweld en dreunende aarde de boel op orde gaan brengen!
En dan staat er: de engelen gingen weer terug naar de hemel.
 
En dan denken wij als kijkers: Wat nu? Hoe moet het dan vrede worden op aarde? Als de hemelse engelen het niet doen, wie gaat dat dan doen?
Dat doet Jezus. Jezus geeft vrede. Hij geeft vrijheid. Hij is de redder.
 
Dat heeft te maken met of Zijn vrede in jou is. De vrijheid, de redding, de vrede van Jezus kan een onderdeel worden van jouw leven.
 
Ik ga die vrede van Jezus ergens mee vergelijken. Om te proberen dat duidelijk te maken.
Jullie weten wel dat vrede meer is dan de afwezigheid van oorlog. Vrede is meer dan de afwezigheid van iets; vrede is zelf iets; vrede is gevuld.
 
Dat geldt ook voor stilte.
We doen een kleine acteer les.
Op drie manieren stil zijn proberen.
1e keer stil is dat je je voorstelt dat je in de stilte zit omdat je iemand mist.
2e keer stil is dat je je voorstelt dat je stil bent omdat je met iemand gaat verrassen.
3e keer stil is dat je je voorstelt dat het heerlijk rustig is om je heen en in je hoofd….
 
Het is alle drie stil. Maar je merkt dat er verschil is in hoe je je voelt van binnen.
 
Zo is dat ook met vrede. In ons land is geen oorlog. Maar er is toch een heleboel onvrede bij mensen. Hoe krijg je die vrede in jezelf?
 
Dan moet je zo sterk worden als een baby.

 
Zo sterk worden as een baby? Wat is dat nu weer? Als iemand heel sterk is, dan zeg je toch niet dat iemand zo sterk is als een baby? Toch? Het schema van deze wereld is immers dat kracht gelijk staat aan overmacht, geweld, spieren, wapens, invloed, overtuigingskracht, populariteit; noem maar op.
 
Maar dat wil niet zeggen dat een baby geen kracht heeft. Een baby heeft een enorme kracht; het kan niet anders dan vertrouwen. Hij kan niet anders dan zichzelf toevertrouwen aan de wereld om hem heen. En dat is wat God doet met kerstfeest. God vertrouwt Zichzelf toe aan deze onvredige wereld!
 
Dat is nog eens lef hebben. Niet jezelf onkwetsbaar proberen te maken. Niet afgesloten blijven. Maar vertrouwen. Dat is nog eens kracht. ‘Nee’ durven zeggen als al je vrienden en vriendinnen ‘ja’ zeggen. Als alle ander kinderen iemand pesten, dan toch niet meedoen; dat is kracht.
 
Dat vertrouwen op God, dat kan onderdeel worden van jezelf. Dat heet geloof.
 
Dat vertrouwen dat je veilig bent bij God, dat geeft een enorme vrede. Dat geeft innerlijke vrede, dat je vertrouwt dat jouw leven met Jezus geborgen is in God. En dat gaat uitwerken in je leven!
Dat geloof is niet alleen een activiteit, dat is je hele levensstijl. Dat geloof is zoals het vertrouwen van een baby: corebusiness. Dat zit in je kern.
Het vertrouwen dat niets je van God kan scheiden, geeft je vertrouwen in deze wereld. Midden in het feest. Midden in de onvrede. Midden in het zonnetje. Midden in de storm. Met feesten en verdrieten; vertrouwen op God. Dat geeft vrede. Op deze aarde.
Dat zien we in het leven Jezus Christus. Hij bleef tot en met het einde vertrouwen op God. En daarmee heeft Hij de onvrede en de schema’s van deze wereld overwonnen. Hij bevrijdt en redt ons door de kracht van het geloof. Hij geeft vrede.
 
Wordt zo sterk als deze baby die geboren is met Kerst; vertrouw op God en de vrede die alle verstand te boven gaat wordt onderdeel van jouw leven.
 
Vrolijk kerstfeest iedereen!
 
Amen.


Lucas 2, 18 december 2016, Scharsterbrug, ds. Arnold Vriend, kerstzangdienst ism. Koarbizznizz.

Overdenking:
Wie van jullie heeft allemaal een kerststal in huis? En volgende week wel? Ik las dat dit jaar een grote vraag is naar een hipster kersstal, met mannetjes met tattoos, baard en zo’n knotje en een stel dat een selfie maakt met het kindje in de kribbe. Niet zo traditioneel. Maar blijkbaar hoort de kerststal zo bij het kerstfeest dat de stal z’n eigen tradities krijgt. De stal heeft zo z’n eigen plaats veroverd. Dat is de plaats waar we ons het kindje Jezus voorstellen; de stal.
We hebben met elkaar het kerstverhaal gelezen over de geboorte van Jezus. En kijk nou; daar komt helemaal geen stal in voor… Ook niet in de andere beschrijvingen van de geboorte van Jezus.
Dat is meteen al de eerste reden waarom je kerst niet moet stallen: Er is geen goede reden voor! De geboorte van Jezus moet je niet ergens wegzetten, kerst moet je niet stallen.
Ik kan begrijpen dat je je gaat voorstellen hoe de belangrijkste geboorte van alle tijden en alle plaatsen er uit zou hebben gezien. En er staat dat Jezus in een voerbak gelegd werd. Dus dan denk je in elk geval dat het in een plaats was waar ook beesten waren. En daarbij: Wat is er nou mooier dan te bedenken dat Jezus, de goede Herder, geboren werd in een stal? Ik kan het begrijpen. Dat is wat anders dan dat het zo hoort.
 
Jullie hebben vast allemaal wel het verhaaltje gehoord van die oom die twee mensen aan de deur kreeg. Ze zeiden: we komen u Jezus brengen. En dat die oom dan zei: ‘zet Hem maar in het schuurtje’. Je kunt er van vinden wat je wilt, maar zo is het in het echt wel bijna gegaan.
En het kan zomaar zijn dat het steeds gebeurt. Ook bij ons. Dat we Jezus stallen. In het schuurtje. Of in een stal.
 
Kerstfeest is zo’n moment. Een ‘event . Even het kerstgevoel. En dan doen we het met de kerstverlichting en de kerstballen weer in de doos. En dat zetten we allemaal weer in het schuurtje of op zolder. We stallen het weer.
Maar het kerstfeest moet je niet stallen. Je moet het van stal halen.
 
Waarom zou je er niet op in gaan? Waarom werd Jezus bij Zijn geboorte gestald?
Hij was niet welkom, omdat Hij een schande was. Ja, Hij was welkom bij Z’n moeder Maria, maar Z’n aardse vader Jozef had wat overtuiging nodig om over de schande heen te stappen. Misschien is dat ook wel jouw reden om Jezus te stallen. Je schaamt je gewoon voor Hem. Vanwege Z’n volgelingen misschien. Jezus op stal zetten omdat je je schaamt om Hem in huis te halen. Wat zullen de buren wel niet zeggen? Wat vinden m’n vrienden er van als het tussen Jezus en mij serieus wordt? Eenmalig kerstfeest vieren dat kan ik nog verkopen, maar er verder mee doorgaan?
En dus stal je Hem. Omdat jij zo onzeker over jezelf bent, dat je je schaamt voor Hem. Omdat je denkt dat je van Hem zo moet worden dat je je er voor moet schamen. Het tegendeel is het geval. Hij schaamt Zich niet voor jou. Hij schaamt Zich er niet voor jou Zijn vriend of vriendin te noemen. Sterker nog: Hij vertrouwt jou zo, dat Hij als een baby naar je toe komt. Dat is kerstfeest: Jezus vertrouwt jou Zichzelf toe.
 
Jezus werd gestald omdat Hij door de machthebbers van deze wereld op weg werd gestuurd. De geboorte van een baby’tje verdreven door de machthebbers, dat haalt de media niet. Want dat is niet belangrijk genoeg. Zo’n baby’tje heeft geen macht, denken we. Je zou kunnen zeggen: “Als iets echt belangrijk is, zoals een goede smartphone, dan krijgt het onze aandacht. Als iets echt belangrijk is, zoals onze baan en ons bezit, onze macht over ons leven, onze buren die onze buurt verstieren, dan krijgt het aandacht. Maar Jezus is niet belangrijk.” Dat zou je kunnen zeggen. En daarom stal je Jezus. Omdat je niet in de gaten hebt dat Hij juist midden in al die belangrijke dingen is geboren. Hij weet dat het belangrijk is. Daarom werd God ook mens! Je moet Jezus niet stallen, Hij is juist midden in je dagelijks leven je bron van inspiratie, goedheid en moed. Dat is Kerstfeest: Jezus komt midden in jouw wereld, om daarmee te dealen. Jouw leven van alle dag te delen, mee te genieten en mee te dragen.
 
Jezus werd gestald omdat Hij niet paste in ons drukke schema. Je zou kunnen denken: “Agenda zit vol. Geen geheugenruimte meer. Naast werk, hobby’s en fitness, sociaal, werk aan het huis, de boot, de auto en tijd voor mezelf kan er echt niets meer bij. Mijn herberg zit vol. Weet u wat, ik stal u even en misschien later, als mijn leven wat rustiger is.” Dat zou je kunnen denken. En daarom stal je Jezus.
Vergeet dan niet dat jij je laat opsluiten in dat schema. En dat Jezus je daar uit kan bevrijden. Hij brengt je in contact met jouw bron. Daarom is Hij midden in de schema’s van deze tijd geboren. Om ons ervan te bevrijden dat we ons moeten aanpassen aan deze wereld. Dat is Kerstfeest: Jezus breekt midden in onze schema’s door met Zijn bevrijding.
 
Elke dag. Elke dag dat je wakker wordt binnen halen. Want kerstfeest is het begin van een relatie. Het is geen éénmalig gebeuren, tweeduizendzestien jaar geleden, het is geen jaarlijks terugkerend event. Het is een relatie. Jullie kennen vast ook wel die film three men and a baby. Zo’n comedy over drie vrienden die op een gegeven moment een baby op hun deurmat vinden. Ze vragen zich wel af hoe en wat ze daarmee te maken hebben. Maar ze stallen het kindje niet. En ze merken dat ze er bij betrokken raken. Het kindje wordt een onderdeel van hun leven. Ze gaan er van houden.
Dat is een beeld van wat het kerstfeest is. Het begin van een liefdesrelatie. Niet een jaarlijkse date, maar dagelijkse! Jezus en jij: een mooi stel. A match made in heaven.
Ga met de herders mee. Naar de stal. Niet om Jezus te stallen, maar om Hem mee te nemen je leven in.
Amen.
 

Matteus 3, 4 december 2016, Ouwsterhaule, ds. A. Vriend, dienst voor doven en horenden

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Ik weet natuurlijk niet hoe jullie dat zien, maar ik vind dat er veel mensen boos zijn. Er is zelfs een term voor: de boze witte man. Dat wordt niet de nieuwe knecht van Sinterklaas. Maar dat is dus iemand die boos is. Op van alles. Misschien kennen we dat ook wel van verjaardagen. We zitten gezellig aan de koffie of een biertje. En je vraagt eens: hoe gaat het met jou? Het antwoord is: ‘Goed’. Niks aan de hand, lijkt het. Maar als je een beetje doorvraagt, komt er al snel boosheid naar boven. Boos op de gemeente, boos op de buren, op de asielzoekers, op Den Haag, op de besturen. Boos.
 
Het overkomt mij niet zo vaak dat mensen boos zijn op zichzelf. Dat je gezellig aan de koffie of een biertje zit. En je vraagt: hoe gaat het? Dat ze dan zeggen: ‘Goed’ en als je doorvraagt dat ze boos op zichzelf worden. Dat ze zeggen dat ze zichzelf zo tegenvallen. Dat ze dingen verkeerd hebben aangepakt. Dat ze veel te snel hebben geoordeeld, voordat ze alle feiten wisten. Dat ze veel teveel kritiek hebben geleverd op anderen.
Vreemd eigenlijk. Want als er zoveel is om boos op te zijn, dan moeten er toch ook mensen zijn die zoveel fout doen?
 
Dan lezen we vandaag dit verhaal. Over Johannes de Doper. Hij gaat nogal te keer. Een ‘boze witte man’ lijkt het wel. Willen we daar wel naar luisteren?
Dat lijkt mij wel verstandig om naar hem te luisteren.
Want dan horen we verschil met andere mensen die boos zijn. En we zien ook verschil met andere mensen die boos zijn.
 
Johannes is niet boos op instanties en besturen. Hij roept mensen op om tot inkeer te komen. Om zich te bekeren. Om een andere weg te kiezen. Zoals de verloren zoon in dat bekende bijbelverhaal. Inkeren en terug naar God gaan.
We zitten midden in onze welvaart te mokken dat er iets mis is, als boze witte kinderen. En dan zegt Johannes tegen ons: kom tot inkeer! Maak je los van het onrecht. Maak je los van de ontevredenheid. Maak je los van de zucht naar meer. Maak je los van het egoïsme. Want er komt een tijd aan dat onrecht overwonnen wordt!
En wat als het onrecht overwonnen wordt en jij bent daar ook mee verbonden? Wat als het nieuwe rijk van God komt en jij blijkt verbonden te zijn met de tegenstander?  Wat als de slavernij wordt opgeheven en jij bent een grote profiteur van al die slaven geweest?
 
Horen we het verschil? Horen we dat Johannes anders spreekt dan al die boze stemmen om ons heen? Hij maakt ons niet bang voor de toekomst. Hij maakt ons niet bang voor anderen. Hij maakt ons niet ontevreden met onze bestuurders. Hij roept ons op om na te denken over onszelf. Om onszelf eens te meten met de maat waar we anderen mee meten. Johannes roept om ons los te maken van onrecht.
 
Matteus zegt: dit zijn de woorden van de profeet Jesaja. Het volk komt uit ballingschap terug over een weg dwars door de woestijn. Maak recht zijn paden! Dat beeld konden de meeste hoorders wel voor zich halen. Een geschiedschrijver Flavius Josephus beschrijft hoe voor de uitvaart van Herodes de Grote (de Herodes van de wijzen en de kindermoord en de tempelverbouwing) een weg gebaand werd vanaf de stadsmuur van Jericho, waar Herodes was overleden, in een rechte lijn naar de graftombe. (“they threw down all the hedges and walls which the inhabitants had made about their gardens and groves of trees, and cut down all the fruit trees that lay between them and the wall of the city, and filled up all the hollow places and the chasms, and demolished the rocky precipices with iron instruments; and thereby made all the place level”. )
Dwars door heggen en huizen, over dalen en door bergen, door tuinen en greppels.
Zo ontstond een weg voor de koning!
 
Zo zal de nieuwe koning, Jezus, tot ons komen. Dwars door ons eigen leven heen. Dwars door onze eigen cultuur en dwars door onze grenzen heen. Hij komt! En Hij bevrijdt! Hij maakt een einde aan het onrecht.
 
En mensen komen op Johannes de profeet af. En ze laten zich dopen als teken van vernieuwing. Als teken van inkeer. En ze beleden hun zonden.
 
Dat is het gevolg van de prediking van deze profeet van God. Zien we het verschil met andere stemmen om ons heen? De hoorders van Johannes gaan er niet op uit om de wereld te zuiveren van afvalligen. Ze focussen niet op mensen die verkeerd zijn in hun ogen. De prediking van deze profeet brengt mensen tot inkeer. Ze willen zelf ‘schoon’ worden.
 
Misschien hebben we moeite met het idee van oordeel. Maar in het geloof in Jezus heeft dat oordeel een belangrijke plaats. Het gaat er om dat er recht geschiedt. Heeft u daar ook geen verlangen naar? Naar een rechtvaardig oordeel in deze wereld? Een rechtvaardig oordeel over mannen die niet om kunnen gaan met macht, of geld, of kinderen of vrouwen? Een rechtvaardig oordeel over mensen die anderen de dood in jagen? Ik wel. Een rechtvaardig oordeel. En Johannes zegt dat het er aan komt.
Dat is mooi.
Maar hij zegt er ook iets bij. Dat oordeel gaat ook dwars door je eigen leven heen. Zoals die weg dwars door het land. Het is ook het oordeel van God over ons leven.
 
Is dat iets om ons bang te maken? Nou, nee. Johannes bedoelt dat we het goede moeten doen, want het goede komt er aan! Hij wijst ons er op dat we ons los moeten maken van het kwade, want het kwade gaat het onderspit delven! Dat maakt ons niet bang, het geeft ons vertrouwen. Het loopt God niet uit de hand.
 
En in de adventstijd wordt dat heel duidelijk gemaakt. God wijst ons een weg in deze “boze wereld”. Hij wijst de weg van het vertrouwen. Pas heeft Jan Terlouw daar iets over gezegd, dat er weer vertrouwen moet komen. Dat we elkaar weer zo vertrouwen dat we een touwtje uit de brievenbus laten hangen. Zoals dat vroeger was.
God gaat veel stappen verder. Hij zegt niet: je moet meer vertrouwen hebben. Hij komt Zelf in deze wereld als een babietje. Een babietje dat niets anders heeft dan vertrouwen. God legt Zichzelf in onze hand, want Hij vertrouwt Zichzelf aan ons toe.
Dat is de weg die God wijst in deze ‘boze wereld’. Hou vol. Vertrouw. Want ik vertrouw je mijzelf toe. Vertrouw jezelf dan ook aan mij toe.
Laat God in je leven als een babietje een weg banen naar je hart. Hij geeft vertrouwen en Hij vraagt het. Vertrouw jezelf aan Hem toe door net als Jezus te doen. Dat bevrijdt je. Dat maakt je los van het kwade. Dat babietje baant een weg, dwars door je leven. Een weg waarlangs je bij jezelf komt. Een weg waarlangs je bij je doel komt. Een weg waarlangs je bij Hem komt.
 
Amen.

Matteus 24 vs. 32-44 en Romeinen 13 vs. 8-14, 27 november 2016, Scharsterbrug, ds. Arnold Vriend, bevestiging en afscheid ambtsdragers.

Verhaaltje vooraf:
Wie is er wel eens uit eten geweest? En weet je dan van tevoren al wat je krijgt? Weet je al wat je mag verwachten?
Ik ben eens op een gezellige en sjieke bruiloft geweest. Daar was ook een diner bij in een sjiek Hotel restaurant. We zaten klaar voor de eerste gang. Wat mochten we verwachten? Er kwam een groot bord voor elk van ons te staan met een grote zilverkleurige deksel eroverheen. De verwachting steeg! Het bedienend personeel kwam achter ons staan en tilde de deksels van ons bord… en het bleek een klein hapje te zijn dat er prachtig, maar ook een beetje verloren bij lag op een heel groot bord. Dat was niet wat we verwacht hadden! Maar als we ons een beetje verdiept hadden in de menukaart, als we er rekening mee gehouden hadden dat de kok precies wist wat hij moest doen, dan hadden we kunnen weten wat we mochten verwachten. Hij wist dat we nog een hele avond aan het diner zouden zitten. En hij wist wat lekker was…
Advent is verwachten. Wat verwachten we? Als we degene kennen die ons iets belooft, dan weten we ook wat we verwachten mogen. Als we Hem, Jezus Christus, beter leren kennen zullen we meer verwachten dan wat we nu doen!
 
Gemeente  van onze Heer Jezus Christus,
 

Het thema van advent is ‘verwachten’. Wat verwacht je? Wat verwachten wij? Als je verwacht dat er storm komt, dan haal je je plastic tuinstoeltjes binnen. Je houdt er rekening mee. Maar soms weet je ook niet wat je moet verwachten. Of je weet niet hoe je rekening kunt houden met wat je verwacht.
Wat verwacht je bijvoorbeeld als je het nieuws kijkt? Dat het goed gaat? Dat het slecht gaat? En hoe kan je daar rekening mee houden? Wat verwacht je over je eigen toekomst? Je wilt er soms niet over nadenken.
 
In de adventstijd lezen we teksten zoals deze. Over de komst van Jezus. Jezus’ komst wordt aangekondigd door de hele bijbel heen. Dat is een belangrijk thema. Hij komt! En verwacht Hem dan ook; hou er rekening mee dat Hij komt! Jezus zit ook in jouw toekomst!
Daar kunnen we op dezelfde manier op reageren. Voor weglopen, geen idee hebben wat je zou moeten verwachten of hoe je daar rekening mee zou moeten houden, eerst maar eens zien. Zulke reacties zijn allemaal mogelijk.
 
Advent brengt iets aan het licht. Heel voorzichtig. Heel kwetsbaar. Net als een kaarsvlammetje. Net als het vlammetje bij de gedachteniszondag vorige week. Advent brengt aan het licht dat ons leven, van begin tot eind in Gods hand is. Dat deze wereld, van begin tot eind, in Gods hand is. En we verwachten dat dat éénmaal duidelijk zal worden.
 
Advent gaat dus niet alleen over later, als Jezus terugkomt. We lezen in de bijbel dat Jezus terug zal komen, en dat niemand zal weten wanneer dat is. Dat zou je dan ook naast je neer kunnen leggen: eerst maar eens afwachten. Maar advent gaat er veel meer om dat we verwachten dat in de tijd duidelijk zal worden wat nu al gaande is, namelijk dat God deze wereld regeert en tot Zijn doel zal brengen. We verwachten als het ware de onthulling van iets dat er al is.
 
U kent vast wel dat programma van ‘undercover boss’ of: ‘secret millionaire’. Daar gaat iemand onherkenbaar geschminkt en verkleed aan het werk. En aan het eind onthult hij of zij aan degenen met wie ze hebben samengewerkt, wie ze zijn. En die mensen worden dan geholpen. De hele tijd zijn ze dus al aan het werk samen, maar pas aan het eind wordt duidelijk met wie ze echt te maken hebben. Zoiets is advent.
De hele tijd is het God die deze wereld regeert. Maar op een gegeven moment wordt dat voor iedereen onthuld. Dat verwachten we.
 
En Jezus zegt: als je goed kijkt, dan zie je dat het er aan zit te komen. We steken veel tijd in de weersverwachtingen. Als we nou eens tijd steken in de ‘tijds-verwachting’? We steken veel tijd in de komst van Sinterklaas, namens beide dorpen en dan met name de kinderen; veel dank! Maar laten we ook tijd steken in de komst van Jezus! Want dat zet onze wereld pas echt op z’n kop! Als we goed kijken, zegt Jezus, zien we dat Hij er aan zit te komen.
Dat zien we niet zomaar. Daar hebben we een lichtje bij nodig. Het lichtje van advent. Daarmee zien we dat de grootste verandering in deze wereld begonnen is bij een kindje dat groeit in de buik van een ongehuwde tienermoeder Maria geheten. Als we dat licht in deze wereld laten schijnen, zullen we zien welke tekenen er groeien in deze wereld. Ze lijken klein en onbetekenend voor de grote wereld, maar ze zullen wereldschokkend zijn. Als we met de ogen van Jezus leren kijken, dan zien we dat Hij er aan komt.
 
Hoe beter we Jezus kennen, hoe beter we Hem zullen ontdekken achter zijn vermomming achter Zijn verhulling. Hoe Hij er uit ziet, dat zien we misschien niet goed, maar we zullen Zijn stem herkennen en Zijn woorden herkennen achter de verhulling. Wij zijn nog onder een ‘bedekking’ wij zijn nog ‘under a cover’ zodat we het niet goed zien, maar Hij zal het onthullen. Hoe beter wij Hem kennen, hoe beter we Hem zullen ontdekken in onze wereld.
 
In het licht van advent zien we nog meer. We zien dat we zelf ‘bekleed worden’ met Jezus.  We komen als het ware under de cover van Jezus. Gaande onze levensweg bekleedt Hij ons, zodat we steeds meer op Jezus gaan lijken. Dat zien we ook niet altijd, maar we worden door de mantel der liefde bedekt. De mantel van Jezus’ liefde voor ons bedekt ons. Dat is onze bescherming in deze wereld, dat is onze redding aan het einde van de tijd. De mantel van Jezus’ liefde voor ons krijgen wij om de schouder gelegd. Ontvang die bekleding, draag Hem mee en ontdek hoe je in je leven op Jezus gaat lijken en Hem gaat ontdekken in de wereld om je heen.
 
Advent is verwachting. De verwachting dat éénmaal onze bedekking wordt weggehaald zodat we eens voluit zien wat er nu al is; namelijk dat God regeert. Op die verwachting kun je verschillend op reageren. Paulus wijst ons er op dat we, hoe we ook reageren, de mantel der liefde, de mantel van Jezus’ liefde voor ons, om onze schouders mogen leggen. Die houdt ons hart warm op onze levensreis, die bedekt ons, die laat ons steeds meer op Jezus lijken, die beschermt ons, geeft ons er zicht op dat God regeert en die redt ons.
 
Leg die mantel van Jezus’ liefde om je schouders, draag hem je hele levensreis. Zijn toekomst tegemoet!
 
Amen. 




1 koningen 3, 24 juli 2016 Ouwsterhaule, ds. A. Vriend

Verhaaltje vooraf:
Drie vrienden stranden op een onbewoond eiland. Het is niet vervelend, maar na verloop van tijd zijn ze toch wanhopig: ze willen weer naar huis. Dan vinden ze op het strand een zeemeermin die vast zit in een net. Ze bevrijden haar en als dank mag elk van hen één wens doen.
De eerste wenst dat hij weer terug is bij hem thuis met zijn familie en floep- hij is weg. De ander wenst dat hij ook weer terug thuis is bij zijn familie en floep- ook hij is weg. De derde staat wat te twijfelen in z’n eentje op het strand. Hij zegt: ik mis m’n vrienden nu al. Ik wilde maar dat ze hier weer waren….
 
Wat je wenst, al wens je het voor jezelf,  heeft gevolgen voor anderen. Dus bedenk ook wat anderen van jouw wensen zullen merken.
Daar gaat het in de preek over.

Verkondiging
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
 
Een bijzonder verhaal over koning Salomo. Een koning die de ‘gouden eeuw’ van Israël betekent. Hadden Saul en David nog veel oorlogen moeten voeren, Salomo was de koning met de vrede en de welvaart. Egypte in het zuiden en Assyrië in het noorden stelden in zijn dagen niets voor, en in die relatieve stilte in het midden kon het koninkrijk Israël gedijen. Een tijd van vrede en rijkdom.
Na Salomo zal het koninkrijk uiteen vallen in twee delen: een noordelijk deel Israël (10 stammen) en het zuidelijk deel Juda (2 stammen). Salomo was dus tegelijk toppunt van vrede en rijkdom en ook eindpunt. Het koninklijk ideaal van de twaalf stammen die uit Egypte bevrijd waren als één volk, eindigt na Salomo.
Geen wonder dat Salomo in de loop van de tijd wordt gezien als voorafschaduwing van de Messias. De zoon van David, die komen zal. De koning, priester, profeet die Israël bij elkaar en bij God zal brengen. De Messiaanse tijd zal dan aanbreken: vrede, rijkdom en gerechtigheid.
En Salomo handhaafde het recht met grote wijsheid, staat er aan het eind van dit hoofdstuk.
 
Wat is wijsheid?
Het belangrijkste is niet dat je veel weet, laat staan dat je alles zou weten. Wijsheid is vooral dat je weet dat je niet weet. Hij heeft oog voor zijn beperkingen. Wijsheid geeft geen grip, het leert vertrouwen. Niet vertrouwen op de groep, maar vertrouwen op God.
Dat blijkt uit de droom van Salomo. Er staat: toen hij wakker werd besefte hij dat hij een droom had gehad. Niet: ‘maar’ een droom, alsof het ‘bedrog’ was, maar een droom als betekenisvolle boodschap van God.
Dat is net als bij ons als we vragen, bidden, om de Heilige Geest. Als we onze ogen open doen na het gebed, hebben we geen bewijs, maar we krijgen het vertrouwen op grond van een boodschap buiten onszelf om. Vraag om die Heilige Geest. Dat die plaats krijgt in je leven. Dat die doorwerkt. Salomo doet dat ook. Dat is wijs.
De Geest van God leert Salomo de wereld te zien in Gods licht. Onder andere zo wil de Geest ook in ons leven werken. De vrucht van de Geest is ook dat we de wereld zien in Gods licht.
 
God is daar erg blij mee. Hij ziet dat Salomo in zijn wensen rekening houdt met andere mensen en rekening houdt met God. God liefhebben met alles wat in je is en je naaste als jezelf.
 
Dat de Geest werkt, dat Salomo de wereld ziet in Gods licht, zien we in het aansluitende verhaal.
Een dramatisch verhaal. Ik heb het donderdag in Doniahiem ook gelezen. Daar bleek uit de reacties wel dat het impact had.
Drama dat mensen kan overkomen. Dat mensen elkaar aandoen. Het messiaanse rijk is er nog niet, toch geloof ik dat er wel wordt geregeerd. ‘Het donkere dal’ wordt niet van ons weggehouden, toch geloof ik dat er een goede herder is. De Geest van God laat ons daar iets van zien.
 
Twee vrouwen komen bij Salomo. Ze wensen beiden gerechtigheid. Gerechtigheid in wat je overkomt en wat een ander je aandoet. Ze hebben beiden hun idee over gerechtigheid. Dat blijkt als ze te horen krijgen wat Salomo van plan is met het kind.
Dan blijkt dat de ene moeder in haar wens om gerechtigheid alleen met zichzelf bezig is. Alleen uit op haar eigen belang. Wat haar wensen uitwerken voor anderen, maakt haar niet veel uit.
Herkennen we dat? Dat we het oneerlijk vinden als onze wens voor een rustig leven verstoord wordt door mensen met een wens om rustig te mogen leven? We houden onze grenzen dicht en wat daar buiten gebeurt zoeken ze maar uit. Belangrijkste is dat het mij goed gaat. Daar hebben we het vorige week ook over gehad.
Hou met je wensen rekening met anderen. Laat je wensen gericht zijn op gerechtigheid die de Geest van God je wijst. Laat dat je blik op deze wereld zijn.
 
De andere vrouw is met haar wens voor gerechtigheid gericht op anderen. Ze is bereid om onrecht te lijden, als de ander maar een toekomst krijgt. Ze is met haar wens voor gerechtigheid niet gericht op haar eigen belang. Herkennen we dat? Dat we van wat ons rechtens toekomt 10 procent delen met wie dat nodig heeft? Dat we onze tijd inzetten om anderen te steunen die dat kunnen gebruiken? Dat we ons soms wegcijferen om anderen een toekomst te geven?
Dat is wijs. Dan hou je met je wensen rekening met anderen.
 
We herkennen het nog ergens van. We herkennen het uit het leven van Jezus. Dat hebben we gelezen we in Fil 2 vs. 1-11. Rechtens had Hij de hemelpoorten dicht kunnen houden. Maar Hij wenst gerechtigheid. Hij is met die wens van gerechtigheid niet gericht op Zijn eigen belang. Hij wil, dat de kinderen die Hij liefheeft, een toekomst zullen hebben. En Jezus is bereid om onrecht te ondergaan, als wij, Zijn geliefde kinderen, maar een toekomst zullen hebben. Zo heeft Hij ons een toekomst gegeven.
 
In het leven van Jezus zien we ook dat er in deze wereld onrecht is. En aan dat onrecht gaat Jezus onderdoor. De zoon van David, die op de troon zit, die recht spreekt, is aan het onrecht onderdoor gegaan. Dat is de situatie van deze wereld. Daar lijden we onder. Daar zijn we boos en verdrietig over. Daar voelen we ons machteloos bij. Het koninkrijk van God is hier nog niet. Deze wereld is niet perfect. En juist daarom wenst de Zoon van God in deze wereld te komen en ons leven te delen. Het centrale verhaal in ons geloof laat zien dat deze wereld niet volmaakt en rechtvaardig is. Maar het opent ons de ogen voor iets nieuws, hoopvol, liefdevol.
In het leven van Jezus zien we het onrecht in deze wereld. Maar de Geest toont ons ook dat God daardoorheen werkt. Zelfs dat Hij daardoorheen regeert.
Hij regeert. Hij lijdt onrecht om ons een toekomst te geven. Het onrecht heeft niet het laatste woord. Daardoorheen wordt een nieuwe toekomst geschapen. Er is troost mogelijk. Recht en liefde zullen regeren. Dat is Gods wens.
De Geest van God laat ons dat zien. In tekenen, in momenten. Zodat we in deze wereld moed houden. Zodat we troosten en getroost worden. Zodat we in deze wereld momenten mogen maken en meemaken waarin Gods Geest recht doet. Momenten waarin we opkomen voor het recht van anderen. Voor de verbondenheid met elkaar.
 
De zoon van David regeert. En door de Geest van God mogen we dat geloven. Hij regeert in deze wereld door zelf opofferende liefde, die ons toekomst geeft. Door de Geest van God mogen we geloven in deze wereld dat we nu al in die toekomst leven en dat dat éénmaal aan het licht zal komen. Dan komt de koning onze wereld binnen. En we zullen Hem herkennen: Jezus Christus.
 
Amen.


2 samuel 11, 17 juli 2016 Scharsterbrug, ds. A. Vriend

Verhaaltje vooraf:
Heeft u wel eens gehoord van Pokemon Go? Dat is een spelletje via je mobiele telefoon. Dan zie je de door de camera van je mobiele telefoon de werkelijkheid om je heen, zoals je hem altijd ziet door de camera van je mobiele telefoon. Maar dan is er iets aan toegevoegd. Iets toegevoegd aan de werkelijkheid. Een Pokemon–figuurtje bijvoorbeeld. Er zou bijvoorbeeld in deze kerk, een pokemon kunnen zitten. Dus dan zie je de gemeente en als je dan dat spelletje speelt op je mobiel, dan zou je door de camera niet alleen ons hier kunnen zien, maar ook zo’n pokemon. Dat is een afkorting van pocket monsters, trouwens.
Fantastisch! Letterlijk. Je fantasie kun je, door de camera van je mobiel, zien in de werkelijkheid. Er ligt een laagje fantasie over de werkelijkheid, in dat spelletje. De werkelijkheid wordt de achtergrond van je fantasie.
 
Daar gaat het in het verhaal van David en Batseba eigenlijk ook over. Hoe dat zit? Dat horen we in de preek….

Verkondiging
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
 
De goede koning wandelt op het dak van zijn paleis. On the top of the world, looking down on creation. Hij is op het toppunt van de macht in Israël en hij kijkt naar beneden.
En dan ziet hij de onbedekte werkelijkheid; een badende schoonheid.
Ho, vergissing! en met een blozende kop en een stomme grijns kijkt hij snel een andere kant op. Net alsof je tijdens het surfen op internet of zappen op je tv een foute film tegenkomt; Ho, vergissing! Klik weg, zap door en ga iets anders doen.
In onze versekste wereld zien we haast niet anders. Het gebod voor meisjes vanaf een jaar of 10 lijkt wel: gij zult ‘lekker’ zijn. En in de fantasie van al die meiden en jongens leven ze in een videoclip. We leren ze dat intimiteit publiek is en dat liefde de ex is van seks.
Hé? Dat leren wij ze toch niet? Nou, als wij niks anders laten zien dan wat ze zien op hun media, dan leren wij het ze.
 
En je kunt zeggen, met een verwijzing naar dit verhaal: dat is van alle tijden. Dat is het inderdaad. Zoals het van alle tijden is, dat daar een positief verhaal tegenover moet worden gezet.
 
Wat was het voor Israël veel beter geweest als David inderdaad weggekeken had. Dan was Israël een hoop ellende bespaard gebleven. Maar nu gaat het anders.
David kijkt niet weg. Hij legt als het ware een laag over de werkelijkheid heen. En dankzij die laag, die fantasie, gaat hij verder met deze vergissing.
 
Je kunt zeggen: hij kon er toch niet zoveel aan doen? Had zij maar niet in haar blootje moeten zitten.
Onzin. Je kunt niet altijd voorkomen dat een vogel op je hoofd landt. Dat is waar. Maar je kunt wel voorkomen dat een vogel een nestje bouwt op je hoofd. Per ongeluk kan er iets gebeuren. Daar kun je niets aan doen. Maar dat er iets structureel fout gaat, daar kun je wel iets aan doen.
Bovendien; het was niet ongebruikelijk om daar te baden en daarom was het wel ongebruikelijk om van je hogere dak af te loeren.
En tenslotte: al was het niet netjes van Batseba, waarom houdt David dan niet gewoon z’n fatsoen? De vrijheid van de één kun je ook gewoon vrijlaten.
 
Maar David gaat er op door. Dat is zonde. Letterlijk. En die zonde zit in het overtreden van de regels die God heeft gesteld.
En we kunnen stap voor stap het verhaal volgen. Van toeval, naar plan, naar gevolgen, naar verbergen van de gevolgen, van opruimen van de hindernissen, naar … gevolgen.
De stappen van zonde. Zoals je ze bij Adam en Eva eigenlijk al tegenkomt. Een stappenplan dat je vast wel herkent. Een gelegenheid, je doet iets niet goed omdat het toch goed leek, je merkt dat het gevolgen heeft, je probeert de gevolgen te verdoezelen of te ontkennen, maar de gevolgen komen toch weer boven, je zorgt dat de gevolgen geen probleem meer hoeven zijn, maar er blijven gevolgen. Dat herkennen we van zoiets simpels als een koekje pikken tot zoiets ingrijpends als overspel. Mag ik dat zo nog noemen, of moet ik ‘second love’ zeggen?
Elke stap in dat stappenplan kun je een keus maken. Een keus om niet in die flow mee te gaan. Een keus om goed te doen.
 
Maar waarom doet David het goede niet?
Dat is een belangrijke vraag. Een vraag die ook gesteld wordt in Nice. Waarom doet iemand zoiets gruwelijks? Een vraag die ook gesteld wordt in Turkije. Waarom schieten mensen anderen dood?
De zonde is het overtreden van een regel. Zo makkelijk is het ook. Maar we voelen dat dat niet alles zegt. Want waarom overtreden mensen die regel? Daarom vragen we ons af hoe mensen tot zulke daden kunnen komen en we proberen dat te verklaren.
Uit dit verhaal leren we dat de zonde meer is dan het overtreden van een regel. De zonde is ook dat je een laagje over de werkelijkheid legt. En die laag bij elke stap in het zonde-stappenplan vaster timmert. Door die laag zie je de werkelijkheid zo, dat je eigenlijk geen regel overtreedt, maar juist dat je het goede doet. Die laag is eigenlijk deze: ‘ik ben koning’. Ik heb met God en mijn naaste niets te maken. ‘ik ben koning’ ongeacht de gevolgen voor anderen.
 
Bij dat spelletje pokemon-Go leg je een laag met pocketmonstertjes over de werkelijkheid. Bij de zonde gaat het meer om pokemon-Ego. Je legt een laag ‘ego’, een dikke laag ‘ik’, over de werkelijkheid. Meestal zijn dat kleine monstertjes, die soms nog wel vermakelijk zijn ook. Maar soms zijn het geen pocketmonstertjes meer, maar echte monsters. Monsterlijke Ego’s die je zelf niet meer kunt trainen.
 
‘Ik ben koning’ legde David over de werkelijkheid. Maar dat was toch ook zo? Dat is toch niet een laag die hij over de werkelijkheid legt? Hij was toch ook koning? En zo werd dat kleine laagje, net iets aangepast aan de werkelijkheid, een monster dat uiteindelijk een vrouw onteerde en mensen de dood in joeg.
 
 
Hoe komt het dat mensen zulke duidelijke humane regels overtreden? Doordat ze een laag over de werkelijkheid leggen. En die laag als werkelijkheid gaan zien. Zo’n laag is soms gewoon een psychiatrische aandoening, een waan. Dat er stemmen zijn, of monsters, dat je bijvoorbeeld, zoals die man in Drachten die z’n huis opblies omdat hij in een bootje naar de hemel wilde varen. Dan ligt er een psychiatrische laag over de werkelijkheid heen. Soms ligt er een ideologische laag over de werkelijkheid: als mensen de werkelijkheid niet zien zoals ik, dan moeten ze maar voelen.
 
Dan is daar het woord van God. Wet en profeten. David overtrad de wet, maar hij vond dat dat kon, doordat hij een laag over de werkelijkheid heen legde. Hij had een profeet nodig om die laag die hij over die werkelijkheid gelegd had, weg te trekken. En daaruit volgt het volgende: God is koning, niet jij. En de andere mensen zijn je naasten. Niet je onderdanen. En wat je doet, heeft gevolgen.

Natan vertelt een verhaal. Hij beschrijft een schilderij (dat hij voor zich houdt, zodat David het niet ziet). David zegt: wat een verschrikkelijk schilderij, laat zien, wie staat er op dat schilderij?! En Natan draait het om en het is een spiegel.
David schrikt. De laag die hij over de werkelijkheid gelegd had, wordt weggetrokken en hij ziet zichzelf in werkelijkheid.  
 
We leggen allemaal van die laagjes over de werkelijkheid. Daar ontkomen we niet aan. Maar dat hoeft ons niet cynisch te maken of onverschillig.
Waar het om gaat is waar jouw laag toe leidt. Wat doe je met jouw ‘laag’? Brengt het iets goeds? Leidt het tot vertrouwen, hoop, liefde? Wat betekent het voor je naaste en voor God? Die vragen doen er toe, welke laag je ook over de werkelijkheid legt.
En misschien denken we dat God ook zo’n laagje is, dat we zelf over de werkelijkheid heen leggen. Maar God onthult juist. God openbaart. God ontdoet ons van de lagen en laat ons onszelf zien; We zijn een kind van God en naaste van mensen.
 
Gemeente, onze werkelijkheid is dat God ons prinsen en prinsessen gemaakt heeft. Geliefde kinderen van Hem. Gebruik dat niet om jezelf koning te kronen, maar om God lief te hebben en de naaste als jezelf. Haal steeds die laag; ‘ik ben koning’ van je leven af en heb God lief en je naaste als jezelf. Zo vervul je de wet en de profeten. Zo leef je als prinsen en prinsessen van God onze koning.
 
Amen.

1 Samuël 24, 3 juli 2016 Scharsterbrug, ds. A. Vriend

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, 
Israël heeft een koning. Saul heet hij. Gezalfd door Samuël. Koning bij de gratie Gods. Door God aangewezen. Een jonge man, lang, goed gebouwd, die met kop en schouders boven iedereen in Israël uitstak. Hij is vorst over Israël.
Prima toch? Waarom was Samuël nu ook al weer zo boos geweest dat Israël een koning wilde? Wat was er ook al weer mis met het verlangen om zo te zijn als alle anderen? Wat was er verkeerd aan het verlangen naar macht? Israël verlangde naar de groep en naar grip. Niks mis mee toch? Samuël had gezegd: laat dat verlangen om erbij te horen en dat verlangen naar controle laat dat niet tussen jou en God inkomen.
Het verlangen om erbij te horen kan je niet vervullen. Omdat je jezelf niet in Gods licht zet als je je steeds met anderen vergelijkt. Zo kom je niet tot je doel.
Het verlangen naar controle kan je niet vervullen. Omdat je niet vertrouwt dat je leven meer is dan wat je in eigen hand hebt. Zo kom je niet tot je doel.
Laat je verlangen naar de groep en de grip niet instaan tussen jou en God! Dat zegt Samuël tegen Israël als ze op zoek gaan naar een koning.
Nu hebben ze een koning. Door God aangewezen. Maar deze koning plaatst zichzelf tussen God en het volk. Hij is niet gehoorzaam aan God. Hij wil een koning te zijn zoals alle andere koningen. En dat verlangen plaatst hij tussen het volk en God in. Hij plaatst zijn eigen verlangen tussen het volk en God.
Een koning door God aangewezen die ongehoorzaam is aan God. Dat kan dus.
Ik geloof dat ik hier als predikant geroepen ben door God. Betekent dat dan dat alles wat ik doe door God is gewild? Natuurlijk niet! Ik moet gehoorzaam blijven. Stel dat je vader of moeder bent geworden. En dat je dat ervaren hebt als een Godswonder. Betekent dat dan dat alles verder ook zal gaan zoals God dat wil? Nee, zo gaat dat niet. Het blijft een kwestie van luisteren naar God.
Dat zien we al in het verhaal van Adam en Eva. Geschapen door God. Betekent dat dat alles dan gaat zoals God wil? Nou, nee.
God is ook degene die zegt: ik wil dat jij er bent! Hij bevestigt ons bestaan. Hij heeft ons lief als zijn kinderen. Hij wijst ons aan als Zijn kinderen. Is dan alles wel zo’n beetje gezegd? Nee, natuurlijk niet! Dan begint het pas! Zet je eigen verlangens niet tussen jou en God in. Onderdruk je verlangens niet en laat ze ook niet heersen. Luister naar wat God van je vraagt. Gehoorzaamheid is beter dan offers, zegt Samuël tegen Saul.
 
Dan gaat Samuël op Gods aanwijzing op pad om een andere koning te zalven. Dat is David. En deze twee gezalfden ontmoeten elkaar. En hier in dit verhaal blijkt dat het twee werelden zijn die met elkaar in strijd zijn. Op een bijzondere manier.
 
Twee gezalfden. De huidige machthebber en degene die koning zal worden. De één wordt in het verhaal als slecht neergezet, dat is Saul en de ander als goed, dat is David. De kwade jaagt de goede op. Hij jaagt hem op als een veldhoen op de bergen. Als Saul de vijanden aan zijn grenzen heeft verslagen, keert hij terug om de vijand binnen zijn grenzen te verslaan.
En we hebben waarschijnlijk allemaal onze vooroordelen over Saul en ook over David, maar ik wil even focussen op dit verhaal.

Saul jaagt David op. Saul heeft David tot zijn vijand verklaard. En terwijl Saul David opjaagt, moet hij even. Ja, ook koningen op krijgstocht moeten wel eens. En dan kiest hij in dat uitgestrekte grottenlandschap een plek uit om zich even terug te trekken. In de Statenvertaling staat: om zijn voeten te bedekken. En tussen alle plekjes die hij had kunnen bedenken kiest hij (of wordt er door zijn lijfwacht gekozen) voor een grot waar David met een aantal van zijn mannen zijn verborgen.
Je ziet het voor je. Eerst komen er een paar van die mannen met zonnebrillen en oortjes in met een getrokken pistool de WC controleren of er geen terroristen zitten. En als ze alles veilig vinden gaat de koning even z’n behoefte doen. Veiligheidsbeambten voor de deur om alle vijanden op een afstand te houden. Maar dan zitten daar juist die terroristen, die David en zijn bendeleden, die het land in gevaar brengen en op een burgeroorlog uit zijn. Volgens Saul dan.
Stel je voor dat je daar als soldaat van David zit. Hier zit een man voor je die jou wil doodmaken. Je doodsvijand. Hij jaagt je op, zodat je niet bij je familie kunt zijn (als je familie nog leeft nadat jij vogelvrij bent verklaard). Je moet steeds op de vlucht, je bent je leven niet zeker, door deze man. En dan brengt het toeval hem in jouw macht. Wat toeval? Dat moet goddelijke leiding zijn. Hij is in onze macht! Eén klap en er is een einde aan onze vijand. Er is een einde aan onze vervolging.
Zo gaat het toch in alle actiefilms? De goodguy en de badguy gebruiken dezelfde middelen, hetzelfde geweld alleen de één voor de goede zaak en de ander voor de slechte zaak. Zo gaat het toch? Eerst was hij de machtigste en nu is hij in onze macht. En we gaan toch op dezelfde manier om met die macht als onze vijand?
Maar David niet. Hij maakt geen einde aan de vijand. Hij wil een einde aan de vijandschap. Hij wil niet de machtigste zijn, hij wil dat het goede overwint.
Hij heeft ontzag voor de gezalfde. Hij ziet in Saul niet alleen een vijand. Hij ziet ook dat deze man door God is aangeraakt, door God is bedoeld om meer te zijn.
En dat Saul niet méér is, dan wat hij nu laat zien, is voor David geen excuus. De vijandschap van Saul is voor David geen excuus om toch te zien dat deze vijand door God bedoeld is.
 
Uit andere verhalen weten we dat David niet overdreven veel moeite heeft om vijanden om te brengen. Maar hier is iets anders aan de hand. Het gaat er niet alleen om dat Saul z’n schoonvader is, of het staatshoofd. Hij is een gezalfde van God. God gaat een weg met deze man, ziet David. En ik ben niet degene die aan die weg zomaar een einde kan maken.
 
We hebben ook uit de brief van Paulus aan de Romeinen gelezen (Rom. 12 vs. 9-21). Paulus was zelf een vijand geweest van de gemeente. Paulus had zelf de bende vervolgd die zei dat Jezus de zoon van David was. Toen heette Paulus nog Saulus trouwens. Paulus was zelf een vervolger geweest met de naam Saul.
Hij begrijpt als geen ander dat Jezus een weg gaat, juist ook met Zijn vijanden. Paulus is blij dat de christengemeente hem destijds niet heeft vermoord of vervloekt. Daardoor kreeg hij een ontmoeting met de zoon van David. Die vroeg hem: Saul, Saul, waarom vervolg je mij? (Hand. 9)
 
Herkent u deze woorden van Jezus, de zoon van David? Hij spreekt David zelf na. Paulus roept ons op de mensen zo te zien, zoals David Saul zag. Als mensen die door God zijn aangeraakt. Ook al zijn het vijanden. Ook al zijn het vijanden van Jezus. Want God gaat Zijn weg met hen. Niet alleen met ons, brave burgers, maar ook met hen. Zo ging God ook Zijn weg met die Saulus van Tarsis. En dat leidde ertoe dat Saulus van een vervolger veranderde in een verkondiger.
We worden aangespoord om het kwade niet te overwinnen met dezelfde middelen als waarmee het kwaad vecht. We worden opgeroepen het kwade te overwinnen met het goede.
 
Dat was ook wat David deed. David was niet naïef. Hij wist dat Saul gevaarlijk was. Hij bleef op afstand. Maar David was ook niet bang. Hij was niet bang om te vertrouwen op Gods weg, in plaats van de weg van de macht.
 
De kwade Saulus van Tarsis wordt overwonnen door het goede in de ontmoeting met Jezus, de Zoon van David. Saulus wordt niet gedood, hij wordt gered. Hij ontvangt een nieuw leven. Saulus van Tarsis wordt zichzelf omdat hij luistert naar God; zo komt hij tot zijn doel. De vijand is niet gedood, maar de vijandschap is tenietgedaan. Zo werkt de Geest van God. Hij brengt ons tot ons doel als we luisteren.

De kwade koning Saul komt ook onder de indruk van de woorden: waarom vervolgt u mij? Hij komt onder de indruk van zijn ervaring met het goede. Hij gelooft zelfs dat David het goede voorheeft. Hij belijdt zelfs dat David meer in zijn recht staat dan hij en terecht koning zal worden.
Maar toch keert hij zich weer af. Toch valt hij weer terug in zijn oude vijandschap. Dat is ook realistisch. We  zien niet altijd de overwinning. Meestal niet zelfs. Soms even een glimpje.
We worden opgeroepen om vol te houden. Om het goede te blijven doen. Om te blijven luisteren naar de zoon van David die het kwaad overwonnen heeft door het goede. Om niet te kiezen voor de macht van het kwade, maar om te kiezen om de ander te zien als iemand die door God is aangeraakt.
Hou vol gemeente van Jezus de gezalfde, want eens zal deze Jezus koning zijn. 

Amen


1 samuel 8, 19 juni 2016, Scharsterbrug, Heilig Avondmaal, ds. Arnold Vriend

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
 
Wat een chaos in dit land. Iedereen verspreid in verschillende kampen. Geen meerderheid voor wat dan ook. Iedereen doet maar wat goed is in eigen ogen en er is geen centrale leiding. We hebben er genoeg van dat we met anderen rekening moeten houden. We hebben genoeg aan onszelf; we hebben anderen niet nodig. We hoeven toch niet samen te werken; we zijn zelf sterk of we moeten dat zijn. We hebben een leider nodig die met de vuist op tafel kan slaan. We hebben iemand nodig met macht, want voor iets anders hebben we geen respect. En macht staat dan eigenlijk voor dwang en geweld.
 
U bent niet beland bij een politieke bijeenkomst in Engeland waar mensen uit de EU willen voor een Brexit, of bij Donald Trump die de VS weer ‘great’ wil maken, zonder bemoeienis van anderen, of bij de Duitse politieke partij ‘alternatieve für Deutschland’, of van de Nederlandse PVV, of het Front National in Frankrijk of bij Erdogan in Turkije of Poetin in Rusland of noem maar op. Dit soort geluiden laat zich steeds duidelijker horen in Nederland, in Europa en daarbuiten.
 
Eén koning. Een concentratie van macht. En dan macht als middel om anderen te laten doen wat wij willen. Dat is voor veel mensen een ideaalbeeld. Dat er gebeurt wat wij willen. Dat is waar we naar verlangen. De wereld lijkt ingewikkeld, verward. We verlangen naar de rust van de overzichtelijkheid.
Dit is goed, dit is fout.
Zo dacht het volk Israël ook. Ze wilden niet meer dat onduidelijke van God die door profeten spreekt, maar soms ook zwijgt. Ze wilden niet meer dat iedereen gelijk is voor God. Ze wilden niet meer dat ze allemaal verantwoordelijk waren voor alle twaalf stammen. Ze wilden niet al dat ge-polder en rekening houden met elkaar: ze willen één koning. Verlangen naar macht, naar duidelijkheid. Ze verlangden naar grip.
 
Maar er speelde voor Israël nog iets mee. Ze zeggen het zelf: we willen zijn zoals alle omliggende volken. Israël woont tussen allemaal volken die al eeuwen daar wonen. Israël was een nomadenvolk; ze trokken rond. Maar nu in Israël moesten ze wennen aan een andere manier van leven. Op één plaats wonen. Huizen bouwen. Steden aanleggen. Landbouw. Grenzen vaststellen. Het hele rechtssysteem van het volk moest op de kop. En ze woonden tussen andere volken die dat al eeuwen zo gewend waren. De goden van die volken woonden in prachtige stenen tempels, de God van Israël woonde in een tentje dat wapperde in de wind. Dat herinnerde het volk aan hun verleden. Maar nu wilden ze erbij horen! Ze wilden een koning, dan zouden ze pas gelijk zijn aan andere volken.
 
Waarom zou je dat willen? Waarom zou je als volk van God dat als ideaal hebben: dat je precies lijkt op de mensen om je heen? Misschien ben je bang dat je er niet bij hoort? Waarom zou je als gelovige het ideaal hebben dat je net als ieder ander bent? Ben je bang dat ze je gaan zien als een heilig boontje? Wil je geen ‘boon apart’ zijn? Gaan mensen misschien naar je kijken: die denkt zeker dat ze meer is?
 
Die vragen komen we ook in dit verhaal tegen. Het volk Israël was door God apart gezet om te laten zien dat God er voor deze wereld wil zijn. Maar Israël wilde blijkbaar helemaal niet apart zijn. Ze voelen zich een beetje minder dan de rest. Ze willen net als de anderen zijn. Ze willen een koning. Een koning die ze bestuurt, rechtspreekt, voor ze uittrekt en voorgaat in de strijd.
 
En Samuël vraagt eigenlijk: willen jullie nu echt een mens die jullie bestuurt? Bestuurt God jullie leven niet? Wil je nu echt dat mensen rechtspreken over jullie? Spreekt God geen recht over jouw leven? Willen jullie dat een mens voor jullie uittrekt en zegt waar je heen moet gaan en wie je vijanden zijn? Gaat God niet voor je uit en zegt Hij niet dat je je vijanden lief hebben moet? Wil je werkelijk dat een mens je vertelt tegen wie je moet vechten? Weet je niet dat God de strijd voor jou al gestreden heeft?
 
Maar nee, we willen een koning. Net als de volken om ons heen. Want wat maakt het nou uit? We kunnen toch geloven in God en een koning hebben? We kunnen toch geloven in God en gelijk zijn aan de mensen om ons heen? We verlangen naar de groep.
 
En dan zegt Samuël als het ware: Oké. Je verlangt naar grip. Je verlangt naar de groep. Je wilt een koning. Maar pas dan op dat je de koning niet schuift vóór God. Blijf God volgen en niet je verlangen om erbij te horen. Dwaal niet zo van God af dat je achter je koning aanloopt, alsof het je ‘gouden kalf’ is. Dwaal niet zo van God af, dat je in de rij staat voor wat niet verzadigen kan, omdat het niets is. Niets. Leegte. Want die zogenaamde duidelijkheid is onecht; leeg. Die zogenaamde macht laat je leeg achter, want er is altijd meer. Het is niet veel anders dan een gebrek aan vertrouwen.
Loop niet achter je leegte aan. Daar loop je op leeg. Je verlangen naar grip en je verlangen naar de groep zullen je niet verzadigen. Die verlangens laten je leeg achter.
 
Dwaal niet zo van God af, dat je je verlangen om bij de groep te horen of je verlangen naar grip achterna loopt.
Wat wij hier aan het avondmaal gedenken is niet dat Jezus bij de groep hoorde. Het is dat Jezus uitgespuugd werd door de samenleving en alleen kwam te staan. We gedenken dat Hij God liet regeren in Zijn leven en zich niet liet regeren door het verlangen om erbij te horen.
Wat we hier aan het avondmaal gedenken is niet dat Jezus grip op de zaak had en macht had om knopen door te hakken en duidelijkheid te scheppen. We gedenken dat Hij Zich overgaf. Dat Hij gebonden werd en machteloos was. Zo liet Hij zien dat God er voor deze wereld wil zijn.
 
Wat we gedenken is dat wij in deze wereld Jezus willen navolgen. God wil door ons als gemeente laten merken dat Hij er voor deze wereld wil zijn. Niet doordat we op anderen lijken. Niet doordat we macht over anderen uit oefenen. Want dat kan niet verzadigen. Maar door op Jezus te lijken en Hem na te volgen. Zo zijn we volk van God.
 
Samuël zegt: Ter wille van Zijn grote naam zal de HEER Zijn volk immers niet in de steek laten, want Hij heeft Zelf besloten U tot Zijn volk te maken.
Ter wille van Zijn naam. Niet om iets van ons. Het gaat er niet om of wij ‘grip’ hebben. Het gaat om Hem. Wij zijn Zijn volk. Niet de groep. Hij heeft het zelf besloten.
Dat is al volbracht, door Jezus.
 
Kom, geliefd kind van God, geliefde gemeente van Jezus Christus, durf de grip en de groep los te laten. Durf te vertrouwen, want alle dingen zijn gereed.
 
 
Amen.
 



1 samuel 7, 12 juni 2016 Ouwsterhaule, ds. A. Vriend
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Ik weet niet of jullie dat ook zo zien, maar er is veel boosheid in ons land. Ik las een stukje van Jelle ten Rouwelaar, de Jouster keeper van NAC. Hij vertelde dat hij zich steeds meer verbaasde over de boosheid van mensen. Hij stapt uit de spelersbus  voor een voetbalwedstrijd en elke keer staan daar dan weer andere mannen van een jaar of 50, 60 die hem voor ziektes uitschelden en dingen over z’n moeder te vertellen hebben. Hij vroeg zich af waar dat toch vandaan kwam. Zouden ze dat ook hun kleinkinderen leren?
We zijn met z’n allen heel vaak boos. Boos op Brussel. Op de gemeente. Op de kerk. Op mensen die voor zwarte Piet zijn. Op mensen die tegen zwarte piet zijn. Op ministers. Op rechters die te weinig straffen. Op teveel of juist te weinig regels. Op andere mensen. Op ‘Europa’. Op helpdesks. Om de gekste dingen. Boos.
We hebben een thema-avond gehad over geloof en opvoeding over emoties. En boosheid is een emotie. En emoties, die heb je. Daar kies je meestal niet voor, ze zijn er. Dat is niet goed, dat is niet fout.
Je kunt leren om met emoties om te gaan. Dat is heel belangrijk.
Bijvoorbeeld dat je leert omgaan met boosheid. Niet wegstoppen; onder ogen komen. Mee om leren gaan. Ik denk dat tegen ons vaak gezegd is: niet zo boos doen. Maar boosheid is wel belangrijk om iets te leren over wat rechtvaardig is. Boosheid is vaak een teken dat we iets onrechtvaardig vinden.
En wij vinden met z’n allen blijkbaar vrij veel ‘onrechtvaardig’. Hoe gaan we daar mee om?
 
Niet veel nieuws onder de zon. In het verhaal dat we gelezen hebben, zo’n 1000 jaar voor Jezus’ geboorte, klinken eigenlijk dezelfde boze stemmen als in onze tijd. Het gaat over Israël, maar ik denk dat we het zo herkennen; klagen, boosheid.
Het volk klaagt bij God. Prima! Van de 150 psalmen zijn er zeker 50 klaagpsalmen. Niks mis mee om je boosheid en je klachten bij God neer te leggen. Je bent met Hem verbonden in alles.
Was het niet onrechtvaardig dat ze onderdrukt werden door de Filistijnen? Was het niet onrechtvaardig dat God ze niet bevrijdde? Was dit nou dat land van melk en honing?
Dat is boosheid. Dat is een emotie die je niet onder het tapijt moet schuiven.
 
En door die emotie onder ogen te komen, leren we een heleboel. Over onszelf. Over anderen. Over God.
 
Is het rechtvaardig dat de Filistijnen Israël binnenvallen en plunderen? Nee, dat is niet rechtvaardig.
Maar boosheid kan ook een bliksemafleider zijn. Wij hebben een mooie tafel in de keuken staan. Een tafel met 4 hoeken. Die staat al jaren op dezelfde plek. Met dezelfde hoeken op dezelfde hoogte. En dan loop ik er toch een keer tegenaan. Ik boos. “stomme tafel!” En de arme tafel krijgt een schop na.
Zinloos natuurlijk. De tafel is een bliksemafleider. Ik schaam me eigenlijk dat ik zo suf ben om tegen die tafel aan te lopen. Maar dat is moeilijker onder ogen te komen dan om de boosheid op iets anders te schuiven.
 
Israël is boos. Op de Filistijnen. Op God. Op de stamoudsten. Noem maar op. En ze klagen bij God.
Heel goed! Doe dat! En luister dan ook hoe God reageert.
In dit verhaal geeft Samuël nog een keer een reactie op het klagen en de boosheid. Als de laatste rechter van Israël.
 
Het refrein van het boek Rechters was steeds: we zijn door God bevrijd. We kiezen er voor om die vrijheid te verspillen aan andere goden. Daardoor komen we onder de dwang van die goden en hun dienaars. We roepen God aan om ons te bevrijden. God stuurt een Rechter. Die bevrijdt ons door Gods kracht en wijst ons op het belang om God te blijven dienen en zo vrij te blijven. Zolang die Rechter leeft, is het volk vrij.
 
Maar helaas begint het dan weer opnieuw. Het lijkt wel iets van een generatie. Elke generatie moet blijkbaar weer opnieuw leren dat we de vrijheid die God ons geeft, zomaar kwijtraken als we niet met Hem verbonden blijven.
En het lijkt ook wel op ons eigen leven. Wij moeten ook elke keer weer terugkeren naar God. Wij moeten ook steeds weer ervaren dat we met God verbonden moeten blijven.
 
Ik heb afgelopen donderdag op de basisschool in Scharsterbrug verteld over de gang door het kerkelijk jaar. Dat we in de kerk de belangrijke gebeurtenissen van het leven van Jezus langsgaan, om zo steeds meer op Hem te lijken. Elk jaar weer komen we langs het Paasfeest. Een nieuw begin. En elk jaar komen we langs Hemelvaart dat Jezus in de hemel is opgenomen en elk jaar komen we langs Pinksteren dat we met God verbonden zijn. En we hebben het blijkbaar nodig om ons dat te binnen te brengen. Er is een soort zwaartekracht in deze wereld die ons terugtrekt uit het goede nieuws van Jezus Christus.
En je kunt er cynisch over worden. Of proberen het op eigen kracht te doen. Tot je merkt dat je in patronen vastzit. En dan wordt je moedeloos. Of je wordt boos. Op jezelf. Op de onrechtvaardige wereld. Op anderen.
 
Samuel wijst de weg van onze God.
Samuel is profeet, priester en rechter.
Als profeet wijst hij ons de weg van inkeer. Die ‘zwaartekracht’ die is er in deze wereld. Het ‘neigen naar het kwaad’ is niet alleen maar ouderwets moralisme, maar het zegt iets over de gang van deze wereld. De profeet Samuël  zegt: we hebben het elke keer weer nodig om tot inkeer te komen. We doen ons best, maar dat gaat met vallen en opstaan. Dat is de weg van heiligen. Niet dat we geen fouten maken. Maar dat als we een fout maken, dat we weer opstaan, tot inkeer komen, proberen te herstellen en weer verder gaan op de weg van het goede. Kom tot inkeer. Blijf niet hangen in de boosheid of de schaamte dat je niet perfect bent. Kom tot inkeer, sta weer op, keer je naar de bron van vergeving en kracht: God! Kom tot inkeer. Richt je boosheid niet op een ander als bliksemafleider, maar durf jezelf te zien als dader. Kom tot inkeer, maak het goed en ga een nieuwe weg verder.
Doe de goden weg. Wat zijn onze goden? Waar zoeken we ons heil? Ik noem er maar twee goden. Eén van onze goden is: wat maakt het uit? Wat maakt het uit?! Zonder God gaan we naar de Filistijnen; dat maakt het uit! Er is maar één God. Wie zegt: het maakt niet uit, komt onder de macht van de goden van deze wereld die zeggen: dat maak ik wel uit.
Een andere god dat ben ik. Ik. Wat goed is voor mij, is waar. Wat goed is voor mij, is goed. Ik ben degene die beslist, ik en niemand meer dan ik. En omdat ik god ben, ben jij mijn concurrent en moet je naar mij luisteren en anders moet je weg. Ik heb het beste zicht op wat goed is voor mij. Terwijl we niet weten wat morgen brengt. Terwijl ik van alle kanten afhankelijk ben van anderen. Terwijl ik niet over mijn eigen grenzen heen kan kijken. Terwijl ik niet eens kan leven zonder fouten te maken. Terwijl ik onder de zwaartekracht van deze wereld val.
Doe die goden weg, zegt de profeet Samuël. Kom tot inkeer, keer op keer.
 
De priester Samuël wijst ons op het belang van het offer van het lam. Dat zullen we volgende week met het avondmaal nog duidelijker zien en proeven.
Samuël offert een lammetje. Wat zielig! Waarom doet hij dat nou? Wat helpt dat? Wat heeft dat lammetje met ons te maken? Het laat ons zien dat we zo verbonden zijn met deze wereld, dat onze fouten wel degelijk gevolgen hebben. We zijn verbonden. Ook met de onschuldigen. De Priester Samuël wijst ons daarop. Nieuw begin heeft altijd te maken met eerlijk kijken naar de gevolgen. Wie draagt de gevolgen van onze fouten? Wie is het lam van God dat onze zonden draagt? En wegdraagt? Weet je het? Is er iemand die de gevolgen draagt van jouw fouten?
 
De rechter Samuël wijst ons de weg om de vijand uit het land weg te doen. Het is niet terecht dat de Filistijnen daar zijn. Israël jaagt de onrechtvaardige macht uit hun levensgebied en richten een gedenksteen op: Eben Haezer; de steen van de hulp.
Dat is strijd. Ook al is de strijd door Jezus gewonnen, al zijn we door Hem bevrijd; jaag ze er uit. Maak duidelijk dat er in je leven geen plaats is voor machten tegen God. Richt daar een teken voor op; een gedenksteen. Maak een teken in je leven, waarmee je duidelijk maakt: ik wil in mijn leven geen onrechtvaardigheid. Dat teken is een teken van de hulp van God.
 
Samuel. Profeet, priester en rechter wijst ons een weg om om te gaan met onze boosheid. Om te leven in rechtvaardigheid:
kom tot inkeer en doe de afgoden weg.
Laat je dragen door het lam van God.
En strijd de goede strijd van het geloof.
 
 
Amen.

terug
 
 
opendeurdienst

Op zondag 12 november is er een
OpenDeurdienst in de kerk van Scharsterbrug.
De commissie organiseert een bijzondere bijeenkomst met Afrikaanse muziek van
Basile Maneke uit Leeuwarden. We beginnen om 9.30u met koffiedrinken in het Skarsterhonk. Aanvang optreden is 10.00 uur. Welkom! 


---------------------------------------

Op zondag 26 november is de gedachtenisdienst voor iedereen uit Scharsterbrug en Ouwsterhaule die dit jaar (van november tot november) overleden is.
In de dienst worden de namen genoemd van degene die ons ontvallen zijn. Er wordt een kaars voor hen aangestoken.
Er is ook gelegenheid voor ieder die dat wil om een kaarsje aan te steken ter nagedachtenis van een overledene.
Na de dienst is er voor de naasten van de overledenen gelegenheid om met elkaar nog koffie te drinken in het Skarsterhonk.
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.